in

f

anook cléonne

 

bio

+

Het is een onzekere tijd. Toch vertrouw ik erop dat we samen de weg naar het licht beter weten te vinden als we blijven omkijken naar elkaar!

Juist ook naar die mensen die dreigen achter te blijven in het donker. Mensen met minder houvast of uitzicht.


Zou kunst ons dat houvast kunnen geven?  Als ik mezelf kan troosten door te tekenen, zou ik dat ook voor een ander kunnen doen bedacht ik me. 

Daarom blijf ik tekenen. En maak ik dagelijks een tekening bij een gedicht dat mij houvast geeft. Die zachte beelden geven als die van het dagelijkse nieuws te groot of te hard zijn.


En ik ga ze delen met jou. Of met mensen die jij kent die dat kunnen gebruiken.

Verlangen


Wij wachten dagelijks dat morgen

Vrijheid aanbreken moet,

Om nooit meer terug te gaan in 't verborgen

Terug - ons licht voorgoed.


Gebeuren zal dit niet,

Zoomin als een engel daalt

Naar streken waar verdriet

Tot wanhoop wrang verschraalt,


Niet volgens onze orde:

't Geluk wacht zijn eigen tijd

Om geboren te worden

Binnen de werkelijkheid.


Maar ééns, door levensengte

Breekt haar rijk open, wijd...

Wij werden ingewijd

En weten sinds zij ons wenkte;

"ik kom op tijd."


J.Slauerhoff

Elke dag om 19:00 uur plaats ik hieronder een dag-tekening.


Herken jij jouw plek van troost, laat het me weten en ik stuur 'm gratis naar je op. Of je geeft me een naam en adres van iemand waarvan jij denkt dat hij of zij wel wat houvast of schoonheid kan gebruiken nu. 


Ik stuur je een tikkie voor de verzendkosten. Het is aan jou om dat aan te vullen met een vrijwillige donatie. Als blijk van waardering.


Kunst vergroot voor mij altijd het raam op de wereld. Nu veel mensen daar noodgedwongen langer achter moeten blijven zitten dan ons lief is, help ik graag op mijn manier mee om plekken te maken waar we onszelf én elkaar altijd kunnen terugvinden; onze verbeelding.  


Anook Cléonne

Ik draag een universum

van achtergelaten indrukken

op elke vingertop. Vijf keer

de wereld in een handomdraai


Misschien is weemoed

het onophoudelijke vallen

van gewaarwordingen in de bodem-

loze holte tussen de vingers



Ellen Lanckmann

Notitie


Leven is de enige manier

om met bladeren begroeid te raken

op het zand naar adem te happen

op vleugels proberen te vliegen


om hond te zijn

of hem over zijn gladde vacht te aaien;


om pijn te onderscheiden

van alles wat geen pijn is;


om zich in gebeurtenissen te bevinden

zich in een uitzicht te verbergen

naar de kleinst mogelijke vergissing te speuren


Een uitzonderlijke kans

om je even te herinneren

waarover werd gesproken

toen de lamp niet brandde



en om ten minste eenmaal

over een steen te struikelen, 

in een of andere regen nat te worden, 

je sleutels kwijt te raken in het gras;


en een vonkje in de wind na te kijken;


en zonder ophouden iets belangrijks

niet te weten.


Wisława Szymborska

Hoe stil wij ook weten te vallen


Nooit zullen wij gaan liggen

hoe stil wij ook weten te vallen, 

de werkelijkheid woedt steeds verder

door ons heen. Voortdurend


worden wij herschikt, wordt onze adem

herverdeeld, de ene waarheid herstemd

tot de volgende - een einde is iets

dat alleen mensen zich in hun hoofd halen.


Nooit zullen wij gaan liggen - kijk, 

daar staat de wind al tegen een boom

te wachten. Vooruit, de dans staat vast, 

daar helpt geen sterven aan.



Stijn Vranken  (uit het Kunstenfestival Watou Boek 2019)

Ik ben uitgebroken.

Toen ik ter wereld kwam,

werd ik opgesloten in mezelf

- maar ik ontkwam.


Als je het te moe wordt

om steeds op één plek te zijn,

waarom dan niet ook

om maar één mens te zijn?


Mijn ziel zoekt mij,

maar ik ren weg en hoop

dat ze me nooit vindt

terwijl ik alsmaar verder loop


Eén mens zijn is een cel,

ik zijn is niet zijn.

Ik zal vluchtend moeten leven,

maar het zal écht leven zijn.


Fernando Pessoa 1931

Alle dagen

Nooit hoorden wij

andere stemmen dan de onze

Nooit waren er handen die doen

wat andere handen niet kunnen,

nooit andere

goddelozer mensen dan wij.

Maar er was daglicht,

alle dagen, wat ook gebeurde,

alsof wij liepen

over een onzichtbaar weefsel

boven de afgrond gespannen

dat niet scheurde

Nooit werd iemand

weggetild uit de tijd.

Maar soms even

wordt lijden opgeschort

of dragen mensen het samen.

Zo zouden wij moeten leven.


Huub Oosterhuis

Lightly, lightly, ever so lightly

A wind passes so lightly

And dies away, ever so lightly

And I know not what I think

Nor do I try to know




Albero Careiro (Fernando Pessoa)

 Als je niet verder kan (hartslag

blindslag) als je vuur haalt uit de lucht

als je volslagen opengaat zonder meer lucht

als je de armslag die je vingers pollepelstijf

roeren in de dikke vochtige lucht

niet meer maakt dat je opengaat als je adem zand

maalt

ren dan achteruit, zing dan


Eva Gerlach (oog)

In mijn beschrijving van de werkelijkheid

ben ik zo ver gegaan

dat ze ten enenmale onherkenbaar werd.

In die beschrijving van je

vond ik alles terug

maar niet de werkelijkheid.

Je dacht: het is dus een beschrijving

want je vond er alles terug?

Ik dacht; is dit nu een beschrijving,

ook al vind ik alles erin terug?

Het onbeschrijfelijke vond ik terug!

Dit is: het lijfelijke vond je terug


uit: Jij noemt stom wat taal is, Mark Insingel


Gelukkige dagen


Ze moeten weten dat ik hier ben.


Ze moeten in zichzelf geloven eerst:


in het tumult was ik een zucht in de traphal.


Ik slurp hete melk. maar dat horen ze niet:


ik fluit. U noemt dat


een theeketel. maar


de droom gaat niet aan.



Dirk van Bastelaere

De Stem


Elke dag sluit de stilte van de eenzame kamer

zich weer over het lichte kabbelen van elk gebaar

als de lucht. Elke dag opent het lage raam

zich roerloos voor de lucht die zwijgt. De hese

en zachte stem komt niet terug in de koele stilte


De roerloze lucht opent zich als de adem van wie lijkt

te willen praten. en zwijgt. Elke dag is dezelfde.

En de stem is dezelfde, die de stilte niet verbreekt,

hees en voor altijd gelijk in de roerloosheid

van de herinnering. Het heldere raam begeleidt

met zijn korte trilling de kalmte van toen.




Cesare Pavese

Bloem met de oude naam

Die verdeeld is in graden

Bloem met de precieze naam

Die niemand kan onthouden,

Bloem met de duivelse naam

Die lijkt op een of ander iets,

Bloem met de gekerfde naam

Die van de regen drinkt,

Bloem met de donkere naam

Die schilfert in het centrum,

Bloem met de zachte naam

Die zomaar een straat optilt,

Bloem met de nieuwe naam

Die wacht op haar beurt,

Bloem met de explosieve naam

Die in de taal van het riool duikt, 

Bloem met de directe naam

Die sterft voor een publiek,

Bloem met de ongeparfumeerde naam!



Arjen Duinker - De geschiedenis van een opsomming

Woordenboek


In alle mij bekende talen is verandering

een woord waar weidsheid door blaast,

groots verschiet dat uitzicht biedt op vaart

en toekomst. Slechtste Engels weet


wat blijft; kleingeld dat rammelt

in je broekzak, zoekraakt in de voering

van je jas, waar het in duisternis

zijn geldigheid verliest.


Anna Enquist / Nieuws van nergens

loskomen


een aarzeling, nog al te

zeer gewend aan zekerheid

van vaste grond, wat twijfel

ook over geloof in eigen

kracht. hoe kan ik mij, die

zó verankerd stond, bewegen

boven de zwaarte van mijn

zijn? hoe kan ik lichter zijn

dan lucht met wat ik

meetors aan gewicht? en

telt verleden tijd niet mee,

de dagen dat ik vol zat

van bezit en zucht naar

aardse pracht? er parelt

zweet op mijn gezicht,

geen taak zo zwaar als dit

gedicht: omhoog te komen

uit de waan van alledag.

voor deze hemelvaart

bestaat geen gids,

geen document,

geen routekaart.



Jorien Brugmans

Het mysterie der dingen? Weet ik veel wat mysterie is!

Het enige mysterie is dat er zijn die denken over het mysterie.

Wie in de zon staat en de ogen sluit, 

Begint met niet te weten wat de zon is

En heel veel dingen te denken vol van warmte.

Maar dan opent hij de ogen en ziet hij de zon,

En kan nergens anders meer aan denken,

Want het zonlicht is meer waard dan de gedachten

Van alle filosofen en van alle dichters.

Het zonlicht weet niet wat het doet

En daarom faalt het niet en is het gemeengoed en goed.


Alberto Caeiro ( pseudoniem van Fernando Pessoa, hoeder van kudden)

De wind gaat na verloop van tijd weer liggen


  

Uit niets komt de beschrijving, de verschrijving

de doorhaling


de uithaling, de terugkeer naar niets


zoals geluid dat uit zwijgen voortkomt, dat tot

leven komt, en dat uitsterft in zwijgen


zoals een spin die zijn web komt maken


het is een beschrijving van het inademen, het

inhouden van de adem, het uitblazen van de adem


de pier steekt diep in de zee

de wind steekt op,  matig, krachtig, hard, stormachtig


een gek makende storm waar je rustig van wordt

voorbijdrijvende wolken, voorbijdrijvende wolken


de spin loopt van zijn web de draden na.


Martin Reints, wildcamera

Kruim


Wat heel is, kunnen wij niet zien, het is

te groot, het past ons niet en niet

in onze hoofden


maar wat aan mootjes, haksel is, verkiezeld,

kruim, gepureerd, verstoven of ontbonden –


al het verdeelde zit voorgoed in ons.


Eva Gerlach, Niets bestendiger


Soms neem ik mij voor om ergens een streep onder te zetten,

maar ik weet niet waaronder

en onder die streep is het donker

en nietig, 


dan denk ik dat alles zo zal blijven als het altijd is, 

maar ik weet niet hoe alles altijd is

en sla mijn ogen neer.


Soms sta ik op het punt om te vertrekken, 

binnen,

in het schemerlicht



Toon Tellegen, Een van ons zal omkijken .

Vertraag.

Vertraag.

Vertraag je stap.

Stap trager dan je hartslag vraagt.

Verlangzaam.

Verlangzaam.

Verlangzaam je verlangen

En verdwijn met mate.

Neem niet je tijd

En laat de tijd je nemen -

Laat.




Leonard Nolens, Laat alle deuren op een kier

Je moet niet alleen, om de plek te bereiken,

thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.

Er is niets te zien, en dat moet je zien

om alles bij het zeer oude te laten.


Er is hier. Er is tijd

om overmorgen iets te hebben achtergelaten.

Daar moet je vandaag voor zorgen.

Voor sterfelijkheid.


Herman de Coninck, Schoolslag

dat er een buiten en een binnen is

en ik in het midden, dat is misschien

wat ik ben, 

het ding dat de wereld in tweeën 

verdeelt

enerzijds binnen, dat zo dun kan zijn

als een lemmet. Ik ben noch de ene

kant, noch de andere,

ik ben in het midden, 

ik ben het tussenschot, 

ik heb twee oppervlakten en geen

dikte

Samuel Becket

Dat je me vertelt

hoe binnenin je de droom

zichzelf omsluit, tot de stroom

naar buiten breekt. Het geweld


waarmee zich naar het licht

drijft wat nog donker moest, zacht

ademend buiten de macht

van woorden; te vroeg gedicht.


Dat je me vertelt

hoe je vanbinnen stil

wacht op wat jezelf

is en toch niet. Of wil


het geen taal, geen namen, het kind.


Willem van Toorn

Wachten 

 

Een jaar lang wachten op winterakonieten,

op het bestellen van concertkaarten, op flarden

week makende muziek die straks, hier –


wachten met haast, onrust, op het vinden

van je plaats in de zaal, op deze stoel drie uur

lang, zoveel minuten, zoveel maten –

 

wachten op het goud van de cello’s, het zwart

silhouet van de hobo. De benauwde stoomfluit

van zijn a, het openslaan van dikke partijen –

op de kleine jongens in hun koorhemden, hoog
voor het orgel, met strakke wangen en droge lippen;

wachten tot het wachten stolt, een verdriet

zonder grenzen bezit neemt van al wat je weet,

een honger je opvreet bij de treurmars waarmee

dit begint. Nog even heb je gedachten: kraaien

boven Jeruzalems bleke muren, een file op weg

naar Golgotha – dan zakken je schouders, raak je

vervuld van belachelijk verlangen. Het geeft niet.

 

Muziek van drie eeuwen terug en het is nu. Weldadig

antwoord op vragen die je nooit had, verdachte

troost die je opslurpt als zuiver water.

Die rare krullenkop van vroeger doet het wachten

teniet, wiegt je zacht, in de zaal. Hij is de trooster,

het is hier, hij heet Bach.

Anna Enquist


Hope is a thing with feathers


“Hope” is the thing with feathers -

That perches in the soul -

And sings the tune without the words -

And never stops - at all -


And sweetest - in the Gale - is heard -

And sore must be the storm -

That could abash the little Bird

That kept so many warm -


I’ve heard it in the chillest land -

And on the strangest Sea -

Yet - never - in Extremity,

It asked a crumb - of me.


Emily Dickinson


Behoedzaam stak ik mijn hand uit, 

vertrouwend op mijn inwendig bonzen

dat maar ‘raak aan…’ bleef zeggen.

Ik raakte aan. Ik maakte al aanstalten zelfs

om zijwaarts te neigen, te fluisteren… Echter

zij haakte haar lauwe, niet ontvankelijke handpalm

los zonder een woord te zeggen;

wel klonk meteen daarop haar jolige, 

normale stem, haar uitgelaten lach:

‘Kijk die - die speelt het meest beroerd

van allemaal, blijft maar vallen, ocharm…'

Het was een beetje aan het miezeren.

Na afloop liepen we langs de geul

waarin zwarte balderen te rotten lagen.




Vladimir Nabokov

De rivier die langs mijn huis stroomt is vrolijk.

De mensen uit de straat zeggen dat de rivier vrolijk is

En ik zeg hen na ‘de rivier is vrolijk’.


Sommigen prevelen formules.

Anderen vervullen bizarre plichten.

Uitgeteld ligt de wereld aan hun voeten.

Maar de mensen uit de straat zien dat niet zo.

Kijk, zeggen ze, de rivier is vrolijk,

En ik, het is waar, zeg hen na ‘de rivier is vrolijk’.


Hoe langzaam, hoe langzaam is tijd!

Ik hou niet op mij daarover te verbazen.

Intussen stroomt de rivier,

Stroomt de rivier zonder vragen

En zonder de grote ideeën van de straat.


Herinnering noch illusie veranderen iets aan het stromen van de rivier.

En ach, die ene keer dat ze misschien niet zo stroomt, 

Die zij haar vergeven.




Arjen Duinker

Een smalle weg

komt onveranderlijk uit

op een bredere.


K'ung Fu-tse

Woonplaats


Ons houvast heet landschap. Wij planten

de dagen vol bomen en dromen van dijken

en duinen die als we er stranden nog lijken

op wat we bewaren. Wij sparen gedachten


en spannen steeds samen. Het noemen

van namen als vogel of wind overbodig

voor wie zal beamen dat alles wat nodig

is staat waar het hoort. Zoemen van


camera's blijft achterwege. Wij zeven

de kleuren, belichten de tijd die te ver

voor geluid als een stralende ster

op ons afkomt. Het aldus verkregen


gebied dat we opslaan is houvast en

huis. Steeds weer komen wij thuis.


Johanna Kruit

alle dingen hebben een hard

een vloeibaar of een vluchtig gezicht

alleen dat wat de mens maakt

heeft vaak ook nog een kwetsbaar hart


Lucebert, beelden in het heden

Ik ben alleen, zegt de een.


Nee, ik ben alleen, zegt de ander,

jij hebt mij.


Ik jou?? zegt de een

en draait zich, als door de bliksem getroffen, om

kijkt in het rond, 

knielt op de grond, 

port met een stok

onder divans en kasten, 

zoekt de ander, 

roept de ander, 

en denkt tenslotte,

in het klamme donker, 

met zijn rug tegen de muur;


het is waar, ik heb jou.

Toon Tellegen

Een man ontdekte de zin van het bestaan, 

holde naar buiten, 

klampte iedereen aan, zei; 'Luister!

Het is heel anders dan u denkt!’

en over zijn woorden struikelend

legde hij het uit

aan iedereen

en iedereen was stomverbaasd - 

is dát dus de zin van het bestaan…

ach, hoe is het mogelijk…

schudde zijn hoofd, 

sloeg vlammen van zich af,

sprong in sloten, rivieren, riep om hulp

of liep peinzend weg.

Toon Tellegen

Ten einde schrijven.


Er wordt gepraat.

Spraak als eerlijk en eenzaam, als

klein, mijn, als laag, liggen voor de raap.


De lip spijst het woord te zeker. Ten hoogste

laat een zin vermoeden wat haar dampend

vergelijk stijft.


Omdat, daarvoor, daartoe, derhalve

de wereld gebeuren moet, op moet, 

over moet, aan de hand, volstrekt

aan de hand moet.


En? De handen

warmen aan het vlammen van een pen, aan

de luwte van een schrift, publiekelijk

de stilte zoeken, het mondstuk lichten

om een laaiend woord.


Je weet maar nooit waar broden breken,

tafels lijken, stoelen zich verspreken

in vouw, klap, rol, in voltaire, crapaud,

dormeuse,

        waar de dag is vergeven.


Wat tussen de zede staat te lezen.


Mogelijk doet leven. Ook kruim kan men

eten. Het is van brood verleden,

maar branden doet het niet.


Pak een stoel. Neem een pen. Zit de dingen

tegen.


Bij wijze van spreken.

Margreet Schouwenaar

Ik herinner me een gedicht dat ik nooit

schreef, waarin het woord bunker

veel wind door zich heen laat gaan

en rijmen moet op hunker.

Het tocht er van hartsocht

Alles moet zich vasthouden

Als het over is blijken wij

elkaar vast te houden

Wat nu.

Nu, dus.

Herman de Coninck

Niets gebeurt tweemaal en niets

zal tweemaal gebeuren. Geboren

zonder kundigheden, sterven we

dus als onervaren senioren.

Ook al zijn we nog zo hardleers

op de grote school van ’t leven,

geen winter, geen zomer wordt ons

nog een keertje opgegeven.

Niet één dag keert ooit terug,

twee nachten zijn nooit identiek,

geen kus is als een andere,

elke oogopslag is weer uniek.

Gisteren noemde iemand plots

in mijn bijzijn luid jouw naam

– het leek alsof een rode roos

naar binnen woei door het raam.

Nu we samen zijn vandaag,

haal ik mijn blik van je gezicht.

Een roos? Hoe ziet een roos eruit?

Is dat een bloem? Een steen wellicht?

Onzalig uur, onnodige vrees,

waarom bemoei jij je ermee?

Je bent – je moet voorbijgaan.

Je gaat voorbij – en alles is oké.

Lachend en elkaar omhelzend

verzoenen we ons met elkaar,

ook al zijn we zo verschillend

als twee druppels zuiver water.


Wislawa Szymborska

Het doorgestreepte blijft te lezen


Zo zijn het vaak onze meest eigene gedachten

de meest nabije, de meest schrijnende,

die wij door moeten strepen, 

uit moeten krassen.


Wij praten, praten een gat in de lucht.


Dit is het schrikkeluur, de uitgesponnen

schrikseconde. Als honden

zetten wij onze tanden in het vod

dat ons zo dierbaar is.



Judith Herzberg

Huis en tuin


Hoe dromerig denk ik de wei

zo’n eerste zomer zonder mij.


Het huis is leeg, de tuin is vol.

De paardebloemen pluizen bol.


De vogels maken geen geluid.

Het gras groeit even de rozen uit.


Heel voorzichtig gaan de bomen

liggen om in slaap te komen.


Uit hun rompen rijst een woud.

En het huis wordt niet herbouwd.


Moraal:


Ach wat groeit het leven goed

als het niet van mensen moet.


Leo Vroman

Achterom


Gestadig

die aftocht, die

afdruk, dit vertrappen

van tijd


bestendig

die grondlaag, die

in zichzelf bedolven

aarde


telkens

dit klaren

boven het ondermaanse

aan de zoom van een

verwildering


altijd

het alomtegenwoordig veraf

nabije in het nietsvermoedend

licht.


Roland Jooris

Getekend


De tijding die het doorgaf leek beperkt tot zichzelf

en al sijpelde het grasperk dronken van hemelse buien

was dat niet de manier waarop je het zag, zichzelf

te buiten gaand terwijl het binnenkwam in een innerlijk


dat losbrak van de beschrijving, en je in zekere zin

waarnam toen het zich omsloot, ofschoon zinvoller

zou zijn om hetgewoon te zeggen: hoe je dodelijk liefde

bedreef met het zich volledig gevende, dat niettemin


afwezig bleef, en je daarom beschreef door middel van

je blik die tekortschoot, alsof je doelwit, nogmaals,

niet zo’n koel vloeiend, bijna geronnen, nu van de dagtaak


topzwaar licht, noch dit rijpste zomerveld, langs de dijen

van de duinen betrof maar toch, al met al, een teken erin,

nog onbenoembaar, dat zelf ook wachtte op nader bericht



Jacob Groot


O, ik weet het niet,

maar besta, wees mooi.

Zeg: kijk, een vogel

en leer me de vogel zien.

Zeg: het leven is een brood

om in te bijten en de appels zien rood

van plezier, en nog, en nog, zeg iets.

Leer me huilen, en al sik huil

leer me zeggen: het is niets.


Herman de Coninck



Hekje


Het hangt binnen een driehoek met twee zijden.

De derde kamer is lucht. Een open val.

Hier paal en prikkeldraad. Daar weide.

De stap. Er zal gepiep zijn en geknars,

die deze korte doortrek begeleiden.

Een duw. Een pas. Dit is de overkant.

Het groot verlangen dat naar verte vroeg

heeft aan een smalle doorgang ruim genoeg.


Geert van Istendael




Een Bloem


Als ik een bloem was,
zou ik dan nu bloeien?
Of zou ik een bijzondere bloem zijn,
een onvoorstelbare bloem,
een bloem die niet kan kiezen tussen bloeien
en niet bloeien,

En die over de rand van een vaas voorover
leunt
om te zien of zijn afgrond een bodem heeft?

Of zou ik alleen maar kunnen bloeien,
moeten bloeien,
rood en gedachteloos,
op een ongerepte schoorsteenmantel, ergens
tussen schaamte en geluk?

En als ik een bloem was,
zou ik dan weten wanneer ik moest verwelken?
Nu nog niet?


Toon Tellegen

Mocht je nou naast je felbegeerde tekening van de dag grijpen, omdat hij iemand anders toeviel, dan vind je hier my secret stash of Consolation Pieces. Ze zijn te koop voor slechts € 125,- ex verzendkosten.

De zin van wandelen


je voelde het zweet op je wenkbrauwen
rusten, je keek waar je liep en het leek
alsof de aarde terugkeek, de stenen
de bladeren van vorig jaar wenkten
je eerst en weken dan weer, ze maakten
je dronken, je struikelde maar je bleef
overeind, je leefde gewaarschuwd
en je gedachten zweefden niet langer
maar ze bezonken

tegen een veld violetblauwe bloemen
ze roken naar fresia's, of nee seringen
ze roken naar vroeger, je jeugd,
je verlangen, je kende de weg niet
noch de bestemming
deze vreugde niet en deze bloemen



Miriam Van hee

Rood I


De mensen zien het niet, hoe ik blijf staan

voor een bijzonder rood. Ik kan er niet vandaan.

Het wordt al groter naar ik het bekijk.

Het wordt al dieper naar ik meer wijk.

Rood, waarom zijt gij geen wezen, niet vrouw, noch man,

maar dat ik toch mijn bleke handen geven kan?


Pierre Kemp 

Sourdine


En als er geen tederheid meer is, 

laten wij dan de tederheid veinzen

met geblinddoekte handen en geloken ogen,

liggend aan elkander als een grens


een woord mag dan niet langer een woord heten, 

maar een mondvol troostvol verzwijgen;

en verlagen niet langer een armslag lang,

maar verder, wijder dan een vergezicht


vol zomervogels, muziek van Mendelsohn, een sfumato

aan Da Vinci ontleend. jij zult je mooiste medelijden

ruilen met mijn liefs verdriet; ik, voorzichtig talmen

om het tanen van je lichaam dieper af te tasten.


o als er dan nog tederheid is, 

laten wij de tederheid vrezen

als een zeer oud zeer, zoveel tederheid,

daar kon geen mens ooit tegen.

Luuk Gruwes

Zo lag ik wel


(Zo lag ik wel
en lig ik nog: liefde
vernieuwt en en verdiept zich.

Steeds meer huiden wierp ik af-
nu eindelijk in mijn eigen
laatste vel,

ben ik kwetsbaarder dan ooit)

Remco Campert

Bloeitijd voor en na


Het warme handschrift van de klimopblaren

Dat de loop in tweeën deelde van elk pad

Liet een lichte strook open voor wat

Distels en onkruid tekeningen waren.


Wij gingen voor, gezegend stof der aarde,

Met nieuwe voeten of spijtige mat.


Als voor de bloem het uur komt om uiteen te vallen,

Dan wordt de zuiverheid van de lijn aangetast.

De schaduw van een muur wist niet hoe af te dalen;

De hand die niet van geven wist moest tót  zich halen;

En de berooide aarde heeft zich aangepast.


De dood waarin de tijd zich onderdompelt

En het hechte leven van de muren,

Wordt enkel door de nachtegaal gehoord

Langs de lijnen van het lied

Dat heel de nacht blijft duren als ik luister.

René Char, vertaling Clasine Heering

Ochtenden II

Je vraagt je af
hoe machines werken

Seizoenen samenvloeien
en je zonder moeite

een ander straft.
Hoe er werkers staken

en de dieren doen.
Hoe iets zondermeer

niets betekent.
Hoe mensen eten en slapen

kinderen van huis gaan.
Hoe rozen verwelken.

Je vraagt je af
hoe machines werken.

Martin Bril

Zomaar wat woorden bij een open vuur.
Ze haken niet naar eeuwigheid noch malen
Ze om iets hoogs en schimmigs als cultuur.
Men doodt de tijd met oeroude verhalen.

Niet kunst schept vorm, de vormen scheppen kunst.
Men luistert hoffelijk hoe zich uit wind,
Gebaar en ritme -woorden zijn een gunst-
Opnieuw het al zo vaak gehoorde ontspint.

Niets slijt waar alles steeds opnieuw begint.
De woorden vliegen uit en hangen even
Als in het vlindernet van een broos kind
Dat ze snel vrijlaat. Het wil zelf ook leven.

Gerrit Komrij

Ogen wijd open -

ik luister naar de lente

uit vier windstreken.

Tan Taigo

Gewoonlijk denk je dat het ik iemand

is die achter zijn eigen ogen staat als

achter een raam en naar de wereld kijkt

die zich in al haar weidsheid voor hem

uitstrekt. Aan de andere kant is de wereld;

en aan deze kant?

Nog steeds de wereld:

wat zou er anders moeten zijn?

Italo Calvino

Ter wereld

 

Eens daverend eruit gedaan

het droge in, naar handen,

dat longen mochten openslaan,

dat lucht erin, dat kleren aan,

dat lavend zog gevonden.

Dat aangevangen te bestaan

uit ketens moeders, voorgoed

moeders, wetend van hoe

onbedaarlijk baarlijk zij zijn

losgebonden.

Joke van Leeuwen 


Er kwamen woorden op bezoek...


Er kwamen woorden op bezoek

Ze bleven zitten in mijn rotan stoelen.

Ze zaten te bedoelen met rood hoofd.

Gij, waarin ik zo anders had geloofd

was zonder goddelijke jas

en stukken kleiner. Verfijnd

vroeg ieverans zich af hoe ergens

ergens anders was. Seffens

hield zich niet strak aan straks,

bleef sloom op beide billen hangen.

Maar goesting,

uit zijn stoel gerezen,

breed, met handen, bood zich aan

als nieuwste woord om zelf te lezen.  

Joke van Leeuwen 


Er is hier veel dat grond raakt

zwaar zonder wortels rust

in zee of op land, what's in

a name, gespleten steen blijft

getweeën een, het water wast

zich zoals licht dag en nacht

de ogen reinigt.

Anneke Brassinga


Onder de horrelbomen


Over de horrelbossen rijlt de maan

boven horrelbomen.

Onder horrelbomen ben ik gegaan;

daar heb ik de weg zien lomen.


Breed en stillekil en blak

en zwart als kolegit; die laan.

Als glimmeglere chinalak

glom daarop de grote, bleke maan. 


Querulijn de Canteclaer

[...] Hij staarde naar het tapijt. Tenslotte zei hij: "In de tuin is er een groeiseizoen. Je hebt de lente en de zomer, maar je hebt ook de herfst en de winter. En daarna opnieuw de lente en de zomer. Zolang de wortels niet zijn afgebroken, is alles goed en wordt alles goed."

Jerzy Kosinski, Being there


Het is ook beter

de onrust, het geschiedenisloge willen

met penseel en kleuren troosten

om vrede te hebben, 

althans terzij van de eigen weg.


Beat Brechbüel, vertaling Sybren Polet

Wakker

waar ben je nu je gesloten huis
het geschuif aan de andere kant
van het laken verraadt? ik sta

buiten, waar ik mij verwar
met een rozenstruik in de
regen. het plafond prikt reeds

met blauwe naalden de
dageraad in mijn blote rug
zoals mijn voeten zoeken

naar je fundamenten. ik wil
nog even schuilen, maar
gefluister doorbreekt je

huid niet en vingers

vingers blijken te zacht
voor je gezicht

Karin Jonkers

Met de jaren


Met de jaren

moet er veel worden weggegooid.

De gedachte bij voorbeeld

dat geluk mild is en duurzaam

iets als een zuidelijk klimaat

in plaats van een blikseminslag

die levenslang gekoesterde

littekens achterlaat.

Hanny Michaelis

Daar schijnt de zon, daar, daar.

Elke spier van mijn hart

Is vrolijk.

Hoewel jij bent vertrokken voor een lange reis,

Is jouw geur aanwezig in de wijn.

Het getjilp van de mussen overtreft

De zachtheid van de lucht.

Hoe licht is mijn haar!

Hoe warm de herinnering aan jouw ogen,

Hoe geruststellend!

Laat de wind mijn kus over bergen dragen

En laat de zon je strelen…

Arjen Duinker


Ik wou vandaag ik was

Ik wou vandaag ik was
een sprietje mooi groen gras,
maar da's natuurlijk onzin.

Ik had er ook maar weinig aan,
ik zou alleen maar ergens staan
op 'n weiland of tussen stenen

en geen mens zou naar me omzien
als ie daar toevallig voorbij zou gaan
op hele lange benen

en dan wou ik als sprietjes gras
weer dat ik een mens was,
dus wat ik nu al ben -

en zo kwam alles min of meer
op hetzelfde neer.

Hans Andreus


Thuiskomen

 

zullen ze wat zeggen

en wat zullen ze zeggen

als ik de deur door kom

wat zie je er uit

je bent ver weg geweest

of zullen ze niets zeggen

en alleen maar kijken

of niets zeggen zelfs niet kijken

maar doorgaan met doen

net of er niets gebeurd is


hier ben ik dan
hun vriendelijke vreemdeling
ik spreek de taal der mensen
hoe is het weer
het is weer ja
het is weer nee
het is weer mooi weer
buiten

Mischa de Vreede

De eerste keer dat je je herinnert dat je dat deed

Je bent hier lang niet geweest
en kwam terug
om nog een keer te kijken.

Had het niet meer
veranderd moeten zijn?

Maar het is enkel voor een deel
zoals je je kan herinneren,
een groter deel
zoals je denkt dat het was.

Je schuift dat wat je je herinnert
verder uit elkaar,
om nog een keer te zoeken.

Om daar met je heer herinnering
rond te lopen,
jij wijst hem iets aan
alsof het van jou is
en daarna wijst hij jou iets aan, maar waar is hij nu?

Een lege straat,
einde van de middag.

Je weet niet meer
welke maand het was,
maar het was een lege, niet-koude middag.

Je zat in de bus van school naar huis
en je stapte eerder uit
om te lopen waar je liep
toen je op een vorige school zat
en je kon wat je je niet en wat je je wel herinnerde niet even zwaar maken.

Nachoem Wijnberg

Wat is geluk


Omdat het geluk een herinnering is

bestaat het geluk omdat tevens

het omgekeerde het geval is,


ik bedoel dit: omdat het geluk ons

herinnert aan het geluk achtervolgt het

ons en daarom ontvluchten wij het

en omgekeerd, ik bedoel dit: dat wij

het geluk zoeken omdat het zich

verbergt in onze herinnering en

omgekeerd, ik bedoel dit: het geluk

moet ergens en ooit zijn omdat wij dit

ons herinneren en dit ons herinnert.

Rutger Kopland

Wat kraakt? Een kier in de lucht, je oor ziet

een gapende zon uit de veren komen. De dag

een fazant op zijn roest, die op roestkleurige

vleugels gaat, zijn keel schuurt aan zandloper-

zand.

Anneke Brassinga

Ik ben niet warrig; ik ontwricht de chaos
Die doorgaans voor volmaakt doorgaat: ik weet,
Maar wie met inzicht blind zich meten wil,
Weeg af uw kansen en ontvang uw deel.

De hemelen beweeg ik. Ik verzet
De bergen die mij tegenstaan naar elders.


Ramsey Nasr

De lotusbloemen in mijn vijver

bloeien zo prachtig omdat ik

van ze houd.

Ik zou graag willen

dat alle levende wezens

tot bloei kwamen

als mijn bloemen.


K’ung Fu-tse

Men moet

 

Men moet altijd enigszins verdrietig zijn,

anders is men verloren,

maar men moet wel een beetje verloren zijn –

van het reddeloze soort –

anders zou men alleen maar gelukkig zijn,

toch moet men ook gelukkig zijn,

zo maar gelukkig kunnen zijn,

in alle staten van geluk,

anders zou men maar verdrietig zijn,

enigszins verdrietig

altijd.

Toon Tellegen

Let us go now, my one true love

Call the gasman, cut the power out

We can set out, we can set out for the distant skies

Watch the sun, watch it rising in your eyes


Let us go now, my darling companion

Set out for the distant skies

See the sun, see it rising

See it rising, rising in your eyes


They told us our gods would outlive us

They told us our dreams would outlive us

They told us our gods would outlive us

But they lied


Let us go now, my only companion

Set out for the distant skies

Soon the children will be rising, will be rising

This is not for our eyes

Nick Cave

Lifted up

Reflective in returning love you sing

Errant days filled me

Fed me illusion's gate

In temperate stream

Welled up within me

A hunger uncurbed by nature's calling

Seven sacraments to song

Versed in Christ

Should strength desert me

They'll come

They come

Lifted up

Reflected in… 


Talk Talk

Moe van iedereen die met woorden komt, 

met woorden maar niet met taal

begaf ik mij naar het sneeuwbedekte eiland.

Het ongerepte heeft geen woorden.

De ongeschreven bladzijden breiden zich

naar alle kanten uit!

In de sneeuw stuit ik op toesporen van een ree.

Taal maar geen woorden.


Tomas Tranströmer

Schaduwen


Wat moet er van ons overblijven - wat van onze dagen,

nachten, alle malen dat we samen ademhalen en de plannen


die we maken. Wie kijkt er later om naar de papieren

die we nauwgezet bewaren om bestaan, bezit en plaatsen


op de eerste rij mee te bewijzen. Bij jou vergeet ik bijna

dat we samen maar één leven krijgen, dat we evengoed


op weg zijn naar ons onbestaan, voorgoed verloren

in de donkere archiefkast van de aarde. Dit is het bericht


dat ik achterlaat in een huizenhoge kluis, brandvrij,

een boodschap die verder komt dan wij - deze datum,


onze namen in de kerfstok van de tijd. Wie dit leest

moet weten dat wij samen en gelukkig waren.


Ingmar Heytze

We weten nog niet hoe


snel alles, hoe snel je zicht verandert

tot je bent wat je verandert,

hoe snel het kind zich in je opbergt.

We weten nog niet hoe ver alles,

hoe ver de echo van je zang reikt,

hoe ver je gaat of buigt.


Anne Vegter


Soms, al dromend kan ik vliegen

en al vliegend ben ik vrij

Niets te willen

Niets te weten

Niets te moeten

dan er zijn

Onder mij zie ik het stromen

in een zuiver perspectief

Boven mij een onafzienbaar

peilloos diep, onpeilbaar niets

Soms, al wakend kan ik voelen

als een vogel in mijn droom

Hoe het is om niets te hoeven

en te zien hoe alles stroomt.


Jules Deelder


We werden meegevoerd

we wisten niet waarheen,

steden, door een wonder verrezen,

weken als fata morgana’s

voor ons.

Als vanzelf legde muntkruid zich aan onze

voeten,

de vogels trokken met ons mee,

de vissen sprongen op uit de rivier

en voor onze ogen vouwde zich de hemel

open...

Arseni Tarkovsky



Vandaag


Dit meldt men op doorreis
men is halverwege
het licht is gespleten
men ligt tussen drinken en eten
het glas speelt de meerdere
het eten vast nog een meter
men is hier geheel

gisteren vertrokken zal men morgen
als het luchtkasteel meezit
als van ouds arriveren

Gerrit Kouwenaar



Regels


Als dat tegen de regel is, is het er nog een waaraan ik mij niet kan

houden of zo kort dat ik het mij later niet kan herinneren.

De regels zijn er toch alleen maar om mij te helpen herinneren wat

ik nodig heb om wat ik doe beter te doen.

Wat dat betreft is er geen verschil tussen de regels die ik in een boek

vind en de regels die ik s’ochtends vroeg bedenk.

Ik weet dat omdat ik nu net een regel gemaakt heb niets zich nog

daaraan hoeft te houden.


Nachoem M.Wijnberg



Er was
een woord
in het duister.
Minuscuul. Onbekend.

Het hamerde in het duister.
Het hamerde
op de bodem van het water.

Vanuit het diepste van de tijd,
hamerde het.
Tegen de muur.

Een woord.
In het duister.
Dat mij riep.  


Eugénio de Andrade



De middelen


wat helpt is een wonder,

een zintuig is ook een gunst

wat helpt is een tatouage:

'liefde is de som van gemis'

wat helpt is de zin van een peer

die openscheurt in de pluk

wat helpt is een dwars kind,

het verandert, het begint

wat helpt is de gift van een vriend,

hij likt zijn schitterende hand

wat helpt is een buigende koning,

hij lekt een traan op zijn land


Anne Vegter